
Gratis meevaren voor een filmpje: geen quasi-werkgever
Een zzp’er organiseert zeilreizen en vraagt een vriendin een promotiefilm te maken in ruil voor gratis meevaren. Bij een ongeval loopt zij een dwarslaesie op. Is de zzp’er aansprakelijk? De Hoge Raad zegt: nee, het was een vriendendienst.
Een vrouw maakt tijdens een zeilreis in de Cariben een promotiefilm voor de organisator, een bevriende schipper. Bij een ongeval op de boot loopt zij een dwarslaesie op. Zij stelt de schipper aansprakelijk. Volgens haar was sprake van een werkrelatie, waardoor hij als quasi-werkgever aansprakelijk zou zijn. De schipper voert aan dat het ging om een vriendendienst: zij mocht gratis mee in ruil voor een filmpje.
Lees hieronder verder
Wederdienst, geen opdracht
De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van een overeenkomst van personenvervoer. De vrouw zou deelnemen aan de zeilreis en als wederdienst een promotiefilm maken. Het maken van de film was dus de tegenprestatie voor het meevaren, niet een zelfstandige opdracht. Dat het ongeval plaatsvond tijdens het filmen, maakt dit niet anders.
Waarom geen quasi-werkgever?
De vrouw beriep zich op artikel 7:658 lid 4 BW. Deze bepaling maakt iemand die arbeid laat verrichten door personen zonder arbeidsovereenkomst toch aansprakelijk, alsof het werknemers zijn. Het hof oordeelde eerder ook al dat hier geen sprake van was.
Doorslaggevend was dat de zzp’er op kleine schaal zeilreizen organiseert, zelf de schipper is en geen personeel in dienst heeft. Het maken van promotiefilms behoort volgens het hof niet tot zijn bedrijfsactiviteiten. Weliswaar had hij eerder filmpjes op social media geplaatst om zijn reizen te promoten, maar dat waren simpele opnames met zijn eigen smartphone. Dat maakt professionele filmproductie nog geen bedrijfsactiviteit. Ook was geen sprake van ondergeschiktheid of concrete werkafspraken. De vriendschappelijke verhouding speelde mee: zij kenden elkaar en spraken over de toch al geplande reis.
Juridische kwalificatie heeft grote gevolgen
Deze uitspraak laat zien hoe belangrijk de juridische kwalificatie is. Was het een arbeidsrelatie of opdracht geweest, dan gold een zwaarder aansprakelijkheidsregime. Nu het ging om personenvervoer met een wederdienst, valt de eiseres tussen wal en schip. Het verschil tussen “vriendendienst” en “werk” heeft hier dus grote gevolgen. De uitspraak roept ook vragen op. De vrouw maakte professionele beelden voor commerciële doeleinden van het bedrijf. Is het dan terecht dat de omvang van het bedrijf zo zwaar weegt? Of betekent dit dat kleine ondernemers te gemakkelijk onder aansprakelijkheid uitkomen?
Wat betekent dit voor u?
Als u als kleine ondernemer mensen zonder arbeidsovereenkomst werk laat doen:
Let op de aard van de werkzaamheden.
Gaat het om incidentele hulp of om structurele bedrijfsactiviteiten? Hoe professioneler en zakelijker, hoe sneller u als quasi-werkgever kunt gelden.
Maak heldere afspraken.
Een vriendendienst of ruil kan snel een werkrelatie worden. Leg vast wat de afspraak is: wederdienst of betaalde opdracht?
Besef dat uw bedrijfsomvang meetelt.
Volgens dit arrest weegt mee dat u klein bent en geen personeel heeft. Maar reken daar niet blindelings op – het blijft maatwerk.
Juridische onduidelijkheid vermijden
Deze zaak laat zien dat informele afspraken grote risico’s met zich brengen. Of iets een vriendendienst of arbeidsrelatie is, hangt af van alle omstandigheden. Zit u in een vergelijkbare situatie of schakelt u regelmatig kennissen in? Wij adviseren u graag over uw juridische positie en aansprakelijkheid.
Uitspraak Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:57 | 16-01-26
Wilt u meer informatie over arbeidsrecht of heeft u een vraag over het onderwerp van dit artikel, neemt u dan contact op met Frederike Werts. Ook kunt u ons contactformulier invullen, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.



