fbpx
Inkooporganisatie mag zorgen over Jeugdzorgaanbieder delen met ketenpartners

Inkooporganisatie mag zorgen over Jeugdzorgaanbieder delen met ketenpartners

Een zorgaanbieder krijgt geen toegang tot het jeugdzorglandschap nadat de inkoper signalen deelt met het veld over eerder declaratiegedrag. Onrechtmatig? Volgens de rechter niet.

Een jeugdzorgaanbieder in Zeeland wil zich aansluiten bij een samenwerkingsverband om jeugdhulp te kunnen blijven verlenen. Dat lukt niet. Reden lijkt dat de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) uitlatingen heeft gedaan aan de ketenpartners over het declaratiegedrag van deze partij, en dat zij daarnaar onderzoek doet. De zorgaanbieder eist rectificatie en een verbod op verdere uitlatingen. De voorzieningenrechter wijst beide vorderingen af.

Aansluiting bij samenwerkingsverband vereist

Om in Zeeland jeugdzorg te mogen aanbieden, moeten zorgverleners zoals eisers aangesloten zijn bij een samenwerkingsverband. Zonder die aansluiting kan een zorgaanbieder simpelweg geen jeugdhulp declareren. Het niet verkrijgen van toegang tot een samenwerkingsverband betekent dus feitelijk/praktisch uitsluiting van de aanbesteding.

Signalen en onderzoek

IJZ ontvangt van gemeenten signalen over het declaratiegedrag en de kwaliteit van hulpverlening door de zorgaanbieder. Zij start een intern onderzoek. Wanneer de zorgaanbieder vervolgens probeert aan te sluiten bij een ander samenwerkingsverband, informeert IJZ de betrokken partijen over het lopende onderzoek. Ook na afronding van het onderzoek geeft IJZ geen “groen licht” voor toetreding.

Vordering tot rectificatie

De zorgaanbieder vordert dat IJZ een rectificatie stuurt aan alle ketenpartners: er zouden geen beletselen zijn voor toetreding. Volgens de zorgaanbieder zijn de uitlatingen van IJZ onjuist of misleidend in de zin van artikel 6:167 BW en daarmee onrechtmatig.

Vrijheid van meningsuiting voorop

De voorzieningenrechter stelt voorop dat toewijzing van de vordering een beperking zou inhouden op de vrijheid van meningsuiting van IJZ, beschermd door artikel 10 EVRM. Die vrijheid mag alleen worden beperkt als de uitlatingen onrechtmatig zijn. Daarvoor moet een belangenafweging worden gemaakt. De rechter kijkt dan naar onder meer het soort uitlatingen, de mate waarin zij steunen op feiten en de ernst van de gevolgen voor de betrokkene.

Feitelijke constateringen, geen onrechtmatigheid

De rechter oordeelt dat IJZ slechts feitelijke constateringen heeft gedaan. Zij had op grond van het Programma van Eisen een bevoegdheid om onderzoek te doen naar declaratiegedrag. Ook mocht zij in het kader van goedkeuringsverzoeken voor nieuwe onderaannemers communiceren met samenwerkingsverbanden en gemeenten over lopende onderzoeken of signalen. Van onjuiste of misleidende mededelingen is geen sprake. De vorderingen worden afgewezen.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat inkooporganisaties een ruime communicatievrijheid hebben wanneer zij binnen hun contractuele bevoegdheden blijven. Feitelijke mededelingen over signalen of onderzoeken zijn niet snel onrechtmatig, ook al hebben zij grote gevolgen voor de betrokken aanbieder. Wie zich hiertegen wil verweren, zal moeten aantonen dat de uitlatingen feitelijk onjuist of misleidend zijn.

Zit u in een vergelijkbare situatie of heeft u vragen over uw positie als zorgaanbieder? Neem gerust contact met ons op, bijvoorbeeld met Anne Vokurka-Viruly. Zij behandelt geregeld zaken op het snijvlak van het aanbestedingsrecht en de jeugdwet.

Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9686

Ook interessant