
Dwaling bij huwelijkse voorwaarden kan leiden tot nietigheid
Een vrouw stelt dat zij zich achteraf niet kan vinden in huwelijkse voorwaarden. Maar die zijn opgesteld bij een notaris. Heeft de notaris de vrouw wel voldoende gewaarschuwd of geïnformeerd?
Een stel is getrouwd in gemeenschap van goederen. Enkele jaren na de trouwdag maken ze huwelijkse voorwaarden op bij notariële akte. Daarin staat dat elke gemeenschap van goederen is uitgesloten, dat de kosten van de gemeenschappelijke huishouding naar evenredigheid worden gedragen en dat er na een echtscheiding geen pensioenverevening plaatsvindt. Dit alles staat ook in een vaststellingsovereenkomst, die beiden hebben ondertekend.
Lees hieronder verder
Dwaling
Als het stel wil scheiden, stelt de vrouw tegenover de rechtbank Rotterdam dat zij bij het tekenen van de vaststellingsovereenkomst en de huwelijkse voorwaarden heeft gedwaald: haar wil en haar verklaring over de inhoud van deze stukken waren niet met elkaar in overeenstemming. Zij wist niet waarvoor zij tekende en als zij dat wel had geweten, had zij niet getekend. De man stelt dat hij er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de vrouw de huwelijkse voorwaarden wilde, omdat deze door tussenkomst van een notaris zijn overeengekomen.
Via de notaris
In het Burgerlijk Wetboek staat de hoofdregel: wanneer de in de notariële akte van huwelijkse voorwaarden neergelegde verklaring van een partij niet op diens wil berust, zijn deze in beginsel niet tot stand gekomen. Dat dit via de notaris is gelopen, wil nog niet zeggen dat bij de man het gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat de wil van de vrouw gericht was op de rechtsgevolgen van de huwelijkse voorwaarden.
Waarschuwingsplicht
De rechtbank stelt vast dat de huwelijkse voorwaarden ruimer zijn geformuleerd en nadeliger zijn voor de vrouw dan beiden hadden bedoeld, vooral nu er geen sprake van verrekening aan het einde van het huwelijk (‘koude uitsluiting’) en er geen pensioenverevening is. De vrouw stelt dat zij dit niet heeft gewild. De notaris had een waarschuwingsplicht (‘Behlerungsplicht’) en de vraag is of de vrouw door de notaris voldoende is geïnformeerd. Deze waarschuwingsplicht houdt in dat de notaris de vrouw expliciet had moeten wijzen op de nadelen voor haar en ervoor had moeten zorgen dat zij deze gevolgen begreep en ermee instemde. Dit is niet gebeurd, aldus de rechtbank.
Belehrungsplicht
Onduidelijk is hoe goed de vrouw, die ook de Braziliaanse nationaliteit had, de Nederlandse taal beheerst. Delen van wat is besproken zijn in het Portugees vertaald – voor de rechtbank een indicatie dat de vrouw de Nederlandse taal onvoldoende machtig is om de complexe inhoud van de huwelijkse voorwaarden te kunnen begrijpen. Het was de man die deze vertalingen deed, wat erop duidt dat de notaris de Belehrungsplicht richting de vrouw bij de man heeft neergelegd. Zelf begreep de man ook niet goed wat de gevolgen waren van de huwelijkse voorwaarden, zodat hij deze niet kon vertalen voor de vrouw. Van een werkelijke Belehrung was dan ook geen sprake. De Wet op het notarisambt schrijft dwingend een tolk voor indien een partij de taal van de akte niet voldoende verstaat.
Nietig
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de man, ondanks de betrokkenheid van een notaris, er niet op heeft mogen vertrouwen dat de wil en de verklaring van de vrouw overeenstemden – zeker nu hij zelf ook een andere voorstelling van zaken had. De vrouw is dan ook niet gebonden aan de huwelijkse voorwaarden en de daarbij behorende vaststellingsovereenkomst. Die zijn beide nietig. De rechtbank spreekt wel de echtscheiding uit.
Bron: Rechtbank Rotterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBROT:2025:13438 | 12-11-2025
Wilt u meer informatie over personen- en familierecht of heeft u een vraag over het onderwerp van dit artikel, neemt u dan contact op met Francesco van der Linden. Ook kunt u ons contactformulier invullen, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.



