fbpx
Belang kind omgangsregeling

Belang van het kind bepaalt of er een omgangsregeling komt

Snel na de geboorte van haar kind krijgt de moeder een affectieve relatie met een vrouw die het kind erkent. Een groot deel van het eerste levensjaar is zij betrokken bij de verzorging van het kind. Als die relatie eindigt, ziet zij het kind niet meer. De biologische vader wil dat de rechtbank de erkenning vernietigt, zodat hij het kind kan erkennen. De rechtbank wijst dit verzoek toe. De vrouw heeft om vaststelling van een omgangsregeling verzocht. Dit verzoek is door de rechtbank afgewezen. De vrouw gaat tegen die beslissing in hoger beroep.

Op grond van de wet heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. In enkele gevallen houdt de rechter omgang tegen: als omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, als de ouder ongeschikt is of niet in staat is tot omgang, en als een kind van twaalf of ouder ernstige bezwaren uit tegen die omgang. Dan is er nog een restcategorie: als de omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Family life

In deze zaak was er in ieder geval een ‘nauwe persoonlijke betrekking’ tussen de vrouw en het kind, een band die kan worden aangemerkt als ‘family life’. Maar op dit moment – het kind is inmiddels drie jaar – is de verstandhouding tussen de moeder en de vrouw ernstig verstoord. De moeder wil niet dat de vrouw nog contact heeft met het kind. Dit komt vooral doordat de vrouw de publiekelijk online informatie over de relatiebreuk en de daaraan verbonden gevolgen deelt. Ook plaatst zij filmpjes en foto’s van het kind op sociale media, die zij via via heeft achterhaald. De moeder voelt zich thuis en op straat niet veilig. Zij wordt herkend door volgers van de vrouw, die negatief over haar oordelen. De moeder heeft hierdoor angstklachten en stress, waarvoor zij psychologische hulp krijgt. Zij heeft meerdere aangiftes tegen de vrouw gedaan.

Omgangsregeling afgewezen

Een omgangsregeling, zo vermoedt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zal leiden tot meer spanning en onrust voor het kind. Daar komt bij dat het kind al twee jaar geen (fysiek) contact meer heeft met de vrouw en haar daarom niet meer zal herkennen. Bovendien is er geen biologische band en, als de erkenning is vernietigd ook geen juridische band meer tussen de vrouw en het kind. Een omgangsregeling is voor een gezonde identiteitsontwikkeling niet noodzakelijk. Het hof wijst de omgangsregeling tussen de vrouw en het kind af.

Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden  | jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2026:2116 200.359.896/01 | 08-04-2026

Wilt u meer informatie over familie- en jeugdrecht of heeft u een vraag over het onderwerp van dit artikel, neemt u dan contact op met Annemarie Braun. Ook kunt u ons contactformulier invullen, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.

Ook interessant