fbpx

Materiële schadevergoeding voor dochter mag naar ouders, smartengeld niet

Na een ongeval verzorgen de ouders hun dochter. Zij krijgt van de verzekeringsmaatschappij een vergoeding voor materiële en immateriële schade die zij heeft geleden. De ouders hebben ook veel kosten voor hun dochter moeten maken. Zij vragen de kantonrechter of zij een deel van het verzekeringsgeld mogen krijgen.

Twee ouders vragen de kantonrechter (rechtbank Oost-Brabant) om een machtiging om € 82.530 van de rekening van hun dochter te mogen halen, om het vervolgens op hun eigen rekening te zetten. De dochter is door een ernstig ongeval gewond geraakt. Na een ziekenhuisopname is zij langdurig verpleegd door haar moeder. De schade van het ongeval is door middel van een vaststellingsovereenkomst tussen ouders en verzekeraars afgehandeld. Aan de dochter is vervolgens € 92.000 uitgekeerd. Met dit bedrag heeft de verzekeraar alle materiële en immateriële schade vergoed die de dochter heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden.

Gederfde inkomsten

De ouders – tevens bewindvoerders – vragen nu om hun deel omdat zij kosten hebben gemaakt tijdens de ziekenhuisopname en thuisverpleging. Dit betreft gederfde inkomsten, verblijfskosten in het ziekenhuis, onderhoud van de tuin van de ouders, kosten voor verpleging en misgelopen vakanties waarvoor geen toereikende verzekering was afgesloten.

Verklaring

Op verzoek van de kantonrechter leggen de ouders een verklaring over van de verzekeringsmaatschappij. Daarmee kan de kantonrechter beoordelen welke bedragen zijn uitgekeerd en voor welk doel. Hieruit blijkt dat € 65.000 aan materiële schadevergoeding is uitgekeerd en € 27.000 aan smartengeld.

Dezelfde kosten

De kosten die de ouders opvoeren bij de kantonrechter (voor hun materiële schade), hebben zij ook opgevoerd in de onderhandelingen met de verzekeringsmaatschappij. Nu de verzekeringsmaatschappij nagenoeg dezelfde opgave van kosten heeft beoordeeld als die is voorgelegd aan de kantonrechter, ziet deze geen grond om af te wijken van het bedrag dat de verzekeringsmaatschappij heeft uitgekeerd aan materiële schadevergoeding (€ 65.000). Dit bedrag mogen de ouders van de rekening van de dochter halen.

Smartengeld

Dit ligt anders voor het uitgekeerde smartengeld (€ 27.000). Dit moet, aldus de kantonrechter, beschikbaar blijven voor de dochter. Het smartengeld betreft immers een vergoeding voor de immateriële schade die de dochter (en niet de ouders) heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden. 

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOBR:2026:3358 NL:TZ:0000274803:C001 | 12-05-2026

Wilt u meer informatie over familie- en jeugdrecht of heeft u een vraag over het onderwerp van dit artikel, neemt u dan contact op met Elise Laureau. Ook kunt u ons contactformulier invullen, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.

Ook interessant