
Gezagsgeschil over kindermobiel
Ouders die gezamenlijk gezag uitoefenen, moeten belangrijke beslissingen samen nemen. In deze zaak bij de rechtbank Midden-Nederland lukte dat niet: zelfs het gebruik van een mobiele telefoon door de kinderen werd onderwerp van een gerechtelijke procedure.
De ouders zijn gescheiden en hebben twee jonge kinderen die ongeveer evenveel tijd bij beide ouders verblijven. De communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord, wat belastend is voor de kinderen. In dat kader doet de moeder meerdere verzoeken, waaronder een verzoek om te komen tot een regeling over het gebruik van een mobiele telefoon.
Lees hieronder verder
Gezagsbeslissing
De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van de wet een beslissing kan nemen bij een gezagsgeschil. Om van een gezagsgeschil te kunnen spreken, moet naar het oordeel van de rechtbank wel sprake zijn van een geschil over een beslissing die de dagelijkse, directe verzorging van een kind overstijgt. Het al dan niet gebruiken van een mobiele telefoon als communicatiemiddel met de buitenwereld ziet de rechtbank op zichzelf als een gezagsbeslissing. Dat is alleen niet waar het geschil van de ouders op ziet. Het geschil gaat over het hebben van één telefoon in plaats van twee en de wijze van het gebruik van de mobiele telefoon van het kind.
Regeling over gebruik telefoon
Eén van de kinderen heeft bij beide ouders een telefoon om te communiceren met vriendjes, die niet meegaat als het kind bij de andere ouder verblijft. Dit kind wil graag één telefoon. Daarom vraagt de moeder of de rechtbank kan bepalen hoe deze telefoon moet worden gebruikt. Die afspraken moeten ook gaan gelden voor het andere kind vanaf groep 7. De rechter vindt echter dat een gedetailleerde regeling over hoe de ouders de telefoon van hun kind wel of niet mogen gebruiken, in beginsel geen onderwerp is dat aan de rechter kan worden voorgelegd. Dit is iets wat ouders samen moeten afspreken. Als dat niet lukt, zullen ouders moeten (leren) verdragen dat dit bij de één misschien anders gaat als bij de ander.
Toch ingrijpen
Toch wijkt de rechtbank hiervan af. De reden is praktisch én kindgericht: zonder rechterlijke beslissing is het zeer onwaarschijnlijk dat ouders tot afspraken komen. De kinderen zouden dan blijven zitten met het probleem van de twee telefoons.
Eén telefoon
Daarom bepaalt de rechtbank dat de kinderen vanaf groep 7 één eigen telefoon krijgen die tussen beide ouders meegaat en ook mag worden gebruikt voor contact met de andere ouder en familie. Ook mogen ouders elkaar niet blokkeren op die telefoon en mag de telefoon niet worden gebruikt door ouders om zelf contact met elkaar te leggen.
Geen verbod op afnemen telefoon
De rechtbank trekt wel een duidelijke grens: ouders mogen de telefoon in bepaalde situaties wél afnemen. Dat valt onder hun opvoedingsvrijheid, bijvoorbeeld als een kind te veel op de telefoon zit of moet gaan slapen. Een volledig verbod op het afpakken van de telefoon, zoals gevraagd door de moeder, gaat de rechter te ver.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2026:1566 | 16-03-2026
Wilt u meer informatie over familie- en jeugdrecht of heeft u een vraag over het onderwerp van dit artikel, neemt u dan contact op met Elise Laureau. Ook kunt u ons contactformulier invullen, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.



